Waarom meer geld de werkdruk in het Onderwijs niet zal oplossen

door | okt 1, 2017 | Blog | 0 Reacties

01

OKTOBER, 2017

Geldgebrek?
Oppotten
Wie staat er op?

Nergens anders is de werkdruk en het daarmee gepaard gaande gezondheids- en bedrijfsrisico zo hoog als in het Onderwijs. Mensen vallen regelmatig uit, vaak met psychische klachten. Een op de vijf had, heeft of gaat een burn-out hebben. Er ontstaat een nijpend tekort aan personeel.

Het Onderwijs komt naar eigen zeggen geld te kort, want dat zou nodig zijn om dit probleem op te tackelen. Maar alles wat er extra ingepompt is en wordt, heeft niet het beoogde effect: kleinere klassen, meer docenten en betere zorg. Overigens weet de rekenkamer niet waaraan de extra middelen dan wel zijn uitgegeven, maar dat vindt de minister geen aanleiding om dit alsnog te gaan onderzoeken. Hij heeft er alle vertrouwen in dat scholen hun problemen zelfstandig zullen kunnen oplossen.

Nog even los van of dat nu de attitude van onze overheid moet zijn, Onderwijs wordt immers bekostigd uit ons aller belastingcenten en hoe er met onze middelen wordt omgesprongen gaat ons allemaal aan, is de vergelijking met een struisvogel hier wel op zijn plaats.

De actiegroep PO in Aktie, die strijdt voor gelijke arbeidsvoorwaarden tussen het PO en het VO, heeft deze vergelijking gemaakt n.a.v. de uitlatingen van Sander Dekker over de beloning in het PO. En daar hebben ze echt wel een punt. Net alsof een klas vol pubers veel verschilt van een klas vol gemêleerd publiek met verschillende niveaus van leren en gedrag. Dan weet je duidelijk niet waar je het over hebt. Of je wil het niet weten.

Maar meer salaris voor docenten gaat niet minder werk(druk) opleveren. Wel is een belangrijke ontmoedigende en demotiverende factor daarmee gereduceerd: onrechtvaardige beloning. Dan moet dat geld ook wel werkelijk daaraan besteed gaan worden, als het er al komt.

Want al heel lang is bekend dat scholen veel geld oppotten, dat bedoeld is voor het verlichten van de werkdruk in Onderwijs. Geld waarmee zelfs in een heel aantal gevallen gespeculeerd wordt. Niet bepaald hun corebusiness, maar daar nemen ze dan ook adviseurs en mensen voor aan die dat voor ze regelen. Mensen die overigens ook heel wat geld kosten.

Of geld waarmee scholen allerlei ‘projecten’ of ‘werkgroepen’ in het leven roepen, om te ‘onderzoeken’ hoe ze middelen zo goed mogelijk kunnen inzetten. Alsof het doel meer docenten, minder grote klassen en betere zorg zoveel hoofdbrekens zou moeten kosten. En alsof die projecten en werkgroepen an sich geen geld zouden kosten.

Als oorzaken van dit oppotgedrag worden door onderzoekers gebrek aan financiële expertise en mismanagement genoemd. Ik noem het liever overdreven voorzichtigheid en gebrek aan sturing en controle op wat er met de subsidiegelden gebeurt. Overigens is er gek genoeg wel controle door accountants op de kasstromen, maar of het subsidiegeld wel juist wordt besteed, dat wordt niet gecontroleerd.

De vraag ‘hoeveel reserves moet een school hebben’ leidt na even googelen naar de site van de AOb, de onderwijsbond. Daar is al in mei 2009 een artikel gepubliceerd waarin het oppotten aan de kaak wordt gesteld. Besturen van scholen hebben samen miljarden opgepot. Naar aanleiding van deze kwestie heeft de AOb een website opgericht: www.hoerijkismijnschoolbestuur.nl Kennelijk is deze informatie niet meer relevent, de domeinnaam blijkt te koop te zijn. (bron)

Al heel lang is bekend dat scholen veel geld oppotten, dat bedoeld is voor het verlichten van de werkdruk in Onderwijs. Geld waarmee zelfs in een heel aantal gevallen gespeculeerd wordt.

REACTIES

    De AOb stelt in dit artikel ook dat schoolbesturen ‘ter verantwoording moeten worden geroepen door medezeggenschapsraden, ouders en andere betrokkenen die kritische vragen stellen’. Maar gebeurt dit wel? Er wordt wel opgemerkt dat er veel ‘geld op de plank’ ligt, maar niet ter discussie gesteld. Niet door de docenten, niet door de leidinggevenden en zeker niet door de besturen en Raden van Toezicht zelf. Zij bepalen de omvang van deze reserves immers in grote mate.

    Maar ook de beoogde criticasters, de medezeggenschapsorganen en ouderraden lijken dit onderwerp onvoldoende ter sprake te (durven) brengen. En als ze dat wel doen, worden ze daarbij vaak van repliek gediend door experts op het vakgebied, iets dat menig docent of ouder niet is. Dan is het niet heel moeilijk om te bedenken hoe zo’n discussie dan zal verlopen.

    En, belangrijker nog en dat is de kern van het probleem dat meer geld niet zal oplossen, is dat de mensen die deze kritische noot zouden moeten kraken zelf belangen hebben in het systeem. Docenten, besturen en Raden van Toezicht hebben een baan en carrière in Onderwijs en daarmee een reden om niet te scherp van toon te worden. Ouders hebben schoolgaande kinderen, waardoor ze wel zullen oppassen om het al te bont te maken. En dit, terwijl zij allemaal ook een direct belang hebben bij een andere inzet van de middelen.

    Zo lang er niemand opstaat, niemand het ‘eigen hachje’ in de waagschaal durft te stellen ten behoeve van ons Onderwijs, zal dit niet veranderen. De werkdruk zal niet minder worden en de tol wel hoger. Het is dus de vraag hoe lang dit nog kan voortduren.

    Er zijn gelukkig wel degelijk kritische geluiden en docenten overwegen dan ook te staken. Maar zelf zou ik ze aanraden om eerst eens even dichter bij huis te kijken waar wellicht nog geld in de spaarpot zit dat voor andere doeleinden bestemd is.

    Gesprekken hierover kunnen lastig zijn, maar het doel is een constructieve dialoog op gang te brengen. Daar hoort soms wrijving en ongemak bij. Maar levert de huidige situatie niet ook precies dat op: wrijving en ongemak? Zonder tegengas, zonder openheid van zaken en zonder het geld in te zetten waarvoor het bedoeld is, gaat er niets veranderen.

    Heb de moed om door te vragen en helderheid te eisen. Claim die professionele ruimte die u geacht wordt te hebben. Dàt zal de werkdruk verminderen en het evenwicht herstellen.

    Hoe gaat u hiermee om?

    0 reacties

    Een reactie versturen

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

    de Kick van het Kunnen

    Croeselaan 231 bis A
    3521 BP Utrecht

    Ilene Krause: 06-58887672

    contactformulier

    Locatie

    De Fontein

    Aagje Dekenlaan 2

    1403 HH Bussum

    Op de hoogte blijven?