Meervoudige intelligentie en leerstijlen zijn niet hetzelfde!

door | apr 30, 2017 | Blog | 0 Reacties

30

APRIL, 2017

Talent
Intelligentie
Leerstjil

Menig school en huiswerkinstituut is bezig met leerstijlen en zij baseren daarbij allerlei testen en werkwijzen op de theorie van Gardner. De kern van deze activiteiten is gericht op het koppelen van de Gardner’s theorie rondom Meervoudige Intelligentie aan praktische handvatten voor leren. Maar Gardner heeft nooit gewild dat zijn theorie als kapstok wordt gebruikt voor leerstijlen. Zonder u te willen vermoeien met allerlei wetenschappelijkheden, zal ik toch even kort uitleggen wat Gardner heeft ontdekt, zodat u begrijpt waarover wij het hebben.

Gardner, die psycholoog is, ontdekte door studie en onderzoek dat intelligentie is opgebouwd uit verschillende componenten, meervoudig is. Op school en in IQ testen komen voornamelijk verbaal-linguïstische (taal) en logisch-mathematische (rekenen) intelligentie aan bod. Hij onderscheidt daarnaast echter ook nog: muzikale, fysieke, ruimtelijk-visuele, natuurgerichte, interpersoonlijke en intrapersoonlijke intelligentie. Later voegde hij er nog een aantal toe.

Intelligentie staat los van achtergrond zegt hij, ieder mens heeft intelligentie, dus ook de meervoudige componenten waaruit deze is opgebouwd. De mate waarin en op welk vlak iemand vooral intelligent is, kan wel verschillen. Intelligentie komt voort uit iemands genetische erfenis (nature) en culturele factoren & leefomstandigheden (nurture).

De belangrijkste kritiek op zijn theorie vanuit wetenschappelijke hoek is de empirische onderbouwing, concreet bewijs dus. Zelf vind ik dat de grens tussen de intelligenties die hij onderscheidt en het begrip ‘talent’ vaag is. En dat dit de ruimte geeft voor de ‘vertaalslagen’ naar leerstijlen die nu gemaakt worden.

Intelligentie betekent (de potentie van) het kunnen analyseren en oplossen van problemen op een bepaald terrein. Intelligentie impliceert daarmee dat dit het vermogen in aanleg weergeeft, terwijl met talent de ontwikkelde capaciteit voor het uitoefenen voor een bepaald soort activiteit wordt bedoeld.

Talent hebben in de volksmond betekent dan ook: ‘zichtbaar’ excelleren, terwijl intelligentie, de aanleg, ‘onzichtbaar’ is. Talent is dus zogezegd ‘zichtbaar ontwikkelde intelligentie’.

Alle talenten ontwikkelen zich door oefening, iets dat nog wel eens onderschat wordt. Over iemand van wie we zeggen dat hij of zij getalenteerd is, wordt dan gedacht dat hij of zij dit in de schoot geworpen heeft gekregen. Alsof de aanleg alleen al genoeg is om te excelleren, maar in alle gevallen zijn daar ook vele uren oefening voor nodig. Geen oefening, geen meesterschap en dus zichtbaar talent, terwijl er wel intelligentie op dat vlak kan zijn. En natuurlijk is er wel een relatie tussen verschillen in aanleg (intelligentie) en de mate van getalenteerd zijn die daarmee mogelijk is.

De kernvraag is niet hoe je intelligentie kunt vertalen naar een leerstijl, maar hoe je de verschillende intelligenties kunt aanspreken en de talenten op die vlakken kunt ontwikkelen via activiteiten. Zo groeien en bloeien mensen in de volle breedte.

REACTIES

    Als we kijken naar hoe scholen het lesprogramma vormgeven, waarbij zij vooral focussen op het ontwikkelen van taal-intelligentie en reken-intelligentie, dan zien we dat leerkrachten de kinderen daarin veel leerstof en oefening aanbieden. Ook toetsing vindt plaats via geschreven tekst. Daardoor ontwikkelen deze intelligenties zich en blijkt er (in meer of mindere mate) talent.

    De verschillende schoolniveaus geven weer in welke mate kinderen getalenteerd blijken te zijn op het vlak van verbaal-linguïstische (taal) en logisch-mathematische (rekenen) intelligentie. Over de overige deelgebieden van intelligentie zeggen deze schoolniveaus niets. Daarbij is het ook zo dat kinderen die vwo of gymnasium doen, twee jaar langer getraind worden op die terreinen dan op het vmbo. Zo wordt de kans op ontwikkelde intelligentie, talent dus, op die vlakken nog groter.

    Het begrip leerstijl gaat over een voorkeurswijze om dingen te leren. Kolb heeft hierover veel geschreven en ook op zijn visie is veel kritiek uit wetenschappelijke hoek. Ook hier ontbreekt het ‘concrete bewijs’ dat zijn aannames zouden kloppen. Hoe dan ook: Kolb vat leren op als een proces dat steeds vier stadia doorloopt: concreet ervaren – waarnemen en overdenken (reflecteren) – abstracte begripsvorming (theorievorming) – actief experimenteren. Pas als alle fasen worden doorlopen komt het leren echt op gang. Deze opvatting is inmiddels breed geaccepteerd, zowel in de onderwijs- als in de onderzoekswereld. Hoewel ook zeker gezegd moet worden dat de toepassing hiervan nog heel vaak te wensen overlaat…

    Kolb zegt dus nadrukkelijk dat het doorlopen van alle stadia belangrijk is voor een compleet leerproces. Je kunt een voorkeur voor een leerstijl hebben, bijvoorbeeld concreet ervaren, maar als je niet ook reflecteert, bedenkt wat dit betekent voor soortgelijke situaties en gaat experimenteren daarmee, blijf je hangen in een oneindige trial & error-cyclus. Dan leer je dus niet van wat je concreet hebt ervaren.

    Er kan een relatie zijn tussen de intelligenties van Gardner en leervoorkeuren, maar die heeft dan betrekking op een voorkeur voor bepaalde activiteiten, niet zozeer op een voorkeur hoe iets te leren. Het is aannemelijk dat een kind dat veel muzikale intelligentie bezit, een voorkeur kan hebben om liedjes te zingen of te maken. Deze liedjes gebruiken om het leerwerk leuker te maken, zal zeker kunnen bijdragen aan een beter leerresultaat. Maar dat komt dan vooral omdat het kind er zo waarschijnlijk meer plezier aan beleeft. Aan de activiteit van het zingen of maken van een liedje welteverstaan, niet de leerstof op zich!

    Vanuit de koppeling die gemaakt wordt tussen intelligentie en leerstijl, wordt er vaak gedacht dat een kind dat veel muzikale intelligentie bezit ook via muziek zal kunnen leren, en dat dit zal bijdragen aan excelleren. De vraag is echter of die vlieger opgaat. Even omgekeerd zou een kind dat logisch-mathematisch sterk is, dan beter muziek kunnen leren via rekenen (de meetbare afstand tussen tonen, de schematische opbouw van een octaaf of iets dergelijks).

    De kernvraag is daarmee niet hoe je intelligentie kunt vertalen naar een leerstijl, maar hoe je de verschillende intelligenties kunt aanspreken en de talenten op die vlakken kunt ontwikkelen via activiteiten. Zo groeien en bloeien mensen in de volle breedte, doordat niet al te eenzijdig het accent komt te liggen op het aanspreken van de verbaal-linguïstische en logisch-mathematische intelligentie, zoals op school gebeurt.

    Dit betekent dus niet dat we rekenen op muzikale wijze moeten aanbieden, of vice versa, maar muziekles moeten aanbieden om de muzikale intelligentie aan te spreken. Of meer sportles, zodat de fysieke intelligentie van kinderen daarbij meer aangesproken wordt en hun talenten op dat vlak de kans krijgen om te ontwikkelen. Of les in sociale vaardigheden t.b.v. de interpersoonlijke intelligentie. Enzovoort.

    En dan komen we op een heikel punt. Want voor deze ‘extra-curriculaire’ activiteiten, die daarmee beschouwd worden als ‘extra’ en naast het ‘gewone’ lesprogramma, is ‘geen geld’. De focus ligt op taal en rekenen, hoe je het ook wendt of keert. Het is daarbij eigenlijk de vraag of we deze kennis en vaardigheden het meest relevant vinden in onze wereld van vandaag en morgen. En of we niet meer gebaat zijn bij een bredere interpretatie van intelligentie en talentontwikkeling.

    Uiteraard is het een keuze om op school te focussen op taal en rekenen. Dat heeft voor- en nadelen. Een relevant nadeel is dat dagelijks en langdurig voornamelijk op taal en rekenen aangesproken worden, voor veel mensen nogal eenzijdig is. Dan kun je inderdaad maar beter alles uit de kast halen om die taai- en saaiheid zo leuk mogelijk te maken. Leren rekenen via een liedje bijvoorbeeld.

    0 reacties

    Een reactie versturen

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

    de Kick van het Kunnen

    Croeselaan 231 bis A
    3521 BP Utrecht

    Ilene Krause: 06-58887672

    contactformulier

    Locatie

    De Fontein

    Aagje Dekenlaan 2

    1403 HH Bussum

    Op de hoogte blijven?